Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Handhaving 
  4. Bevoegdheden Arbeidsinspectie 
  5. Gedragscode

Bevoegdheden Arbeidsinspectie

Gedragscode

Inleiding

Medewerkers van de Arbeidsinspectie (AI) – met name de inspecteurs - staan in een veelvuldig contact met burgers en bedrijven en beschikken in de uitoefening van hun functie over soms vergaande bevoegdheden en informatie.

In diverse wetten en regelingen zijn regels over het omgaan met deze bevoegdheden vastgelegd. In essentie komen deze er op neer dat de ambtenaar correct en integer ten opzichte van de burger, het bestuur en de collega’s handelt.

De belangrijkste regels zijn vastgelegd in:

  • Het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR)
  • Het Wetboek van Strafvordering
  • De Algemene Wet Bestuursrecht 

Daarnaast hebben het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de AI nadere interne regels en instructies opgesteld, die het correct en integer handelen van AI-medewerkers dienen te bevorderen en te waarborgen. Deze regels zijn vastgelegd in de Gedragscode Arbeidsinspectie 2005, waaraan iedere medewerker van de Arbeidsinspectie zich dient te conformeren.

Hierna volgt een selectie van de belangrijkste regels uit de Gedragscode Arbeidsinspectie 2005:

Naar boven

1. Correcte behandeling van de burger in het algemeen

Burgers en bedrijven worden bij elk contact meegedeeld dat ze te maken hebben met de Arbeidsinspectie, wat het/de doel(en) van het bezoek (inspectie, onderzoek, controle, opsporing, monitoring) zijn en wat de bevoegdheden van de AI zijn. Daarbij hoort dat de inspecteur zich actief en ongevraagd legitimeert en dat hij/zij de nodige toelichting geeft over het feitelijke doel van het bezoek en de gevraagde informatie of medewerking die hij/zij daarbij verwacht.

Een correct gebruik van de taal, zowel in woord als geschrift, fatsoenlijk gedrag en respect voor de ‘ander’ staan daarbij voorop, ook al kan deze de verdachte zijn van een ernstige overtreding.

Naar boven

2. Het omgaan met vertrouwelijke verstrekte of geziene gegevens

Medewerkers van de Arbeidsinspectie komen in de uitoefening van hun functie in aanraking met soms vertrouwelijke persoonlijke- of bedrijfsgegevens. Zij zijn verplicht daar zorgvuldig mee om te gaan en er zorg voor te dragen, dat deze gegevens niet in handen kunnen komen van derden, behoudens in gevallen van functionele en wettelijke verplichtingen tot het verstrekken van gegevens, zoals ten behoeve van het eigen management, het Openbaar Ministerie en andere inspectie- en opsporingsdiensten.

Een bijzondere verplichting betreft het geheimhouden van de namen van de klager(s) en bekendmaking van de reden van het bezoek, wanneer in feite sprake is van een onderzoek naar aanleiding van een melding van een klacht van een werknemer of ‘derde’ in verband met zijn of haar arbeidsomstandigheden.

Naar boven

3. Informatieverstrekking en openbaarheid van bestuur

De Arbeidsinspectie wil een transparante organisatie zijn. Daartoe wordt zo veel mogelijk informatie over de organisatie, de werkwijze de werkplanning en de resultaten van inspectieprojecten openbaar gemaakt. Daarbij speelt de internetsite www.arbeidsinspectie.nl van de AI een grote rol. Met informatie over individuele inspecties en bedrijven wordt echter terughoudend omgegaan.

Informatie aan de pers vindt plaats door of in opdracht van de dienstleiding en met medeweten en ondersteuning van de afdeling Persvoorlichting van het ministerie van SZW en is aan zorgvuldigheidsregels gebonden.

Bij de uitwisseling van gegevens met andere inspectiediensten en overheden over objecten van toezicht (personen en/of bedrijven) worden de geldende wettelijke voorschriften - onder andere betreffende de privacy en de geheimhouding - in acht genomen.

Naar boven

4. Zorgvuldige toepassing van handhavingsinstrumenten

Bij het hanteren van handhavingsinstrumenten (sancties) - zoals het geven van officiële waarschuwingen; het stellen van eisen tot naleving van de wet; het stilleggen van het werk of van bepaalde werkzaamheden; het aanzeggen en opleggen van bestuurlijke boetes en het opmaken van een proces-verbaal - gaat de AI-medewerker te werk volgens de wettelijke voorschriften en de interne instructies. Daarmee wordt beoogd dat er sprake is van proportionaliteit (evenredigheid ten opzichte van de overtreding); een gerechtvaardigde  toepassing van het handhavingsintrument en gelijke behandeling in gelijke gevallen (uniformiteit van optreden door de AI-inspecteurs).

Naar boven

5. Zorgvuldige toepassing van dwangmiddelen in het kader van opsporing

Bij de toepassing van dwangmiddelen in het kader van de opsporing - zoals het aanhouden van een verdachte; het binnentreden van woningen; de inbeslagname van goederen en informatiedragers (voor nader onderzoek of als bewijsmiddel) en dergelijke - houdt de AI-medewerker zich aan de daarbijbehorende regels met betrekking tot de gevallen waarin en de wijze waarop deze bevoegdheden mogen worden toegepast. Het gedrag van de AI-medewerker zal er steeds op zijn gericht escalatie te voorkomen.

Indien - in het belang van het onderzoek – bepaalde bevoegdheden moeten worden afgedwongen omdat het ‘object van toezicht’ niet vrijwillig wil meewerken, zal de hulp van de politie (‘de sterke arm’) worden ingeroepen.

Naar boven

6. Integriteit van handelen

De medewerker van de Arbeidsinspectie dient in alle situaties dat hij/zij zijn/haar ambt uitoefent, integer te handelen. Dat wil zeggen te handelen conform de daarvoor geldende voorschriften en verplichtingen. Hij dient zich - ten opzichte van burgers en de bedrijven en ten opzichte van andere ambtenaren - te onthouden van gedragingen, die de AI en de overheid in diskrediet kunnen brengen.

In het bijzonder dient de AI-medewerker zich te onthouden van het aannemen van geschenken en/of steekpenningen - wel of niet bedoeld om begunstiging af te dwingen - en het doen van beloften, die in strijd zijn met de wet en de interne instructies.

Elke - poging tot - inbreuk op de integriteit van de AI-medewerker door de onder toezicht gestelde (door bijvoorbeeld het aanbieden van steekpenningen, geschenken of diensten met het oogmerk tot omkoping, of door bedreiging of chantage) dient door de AI-medewerker aan de dienstleiding te worden gemeld, die naar bevind van zaken zal handelen en zonodig andere autoriteiten zal inschakelen

Naar boven

7. Bewaken van de persoonlijke veiligheid

Bij de uitoefening van de functie worden soms risico’s door de AI-medewerkers gelopen. De medewerker van de Arbeidsinspectie heeft een bijzondere positie, gelet op de aard van het werkveld en de omstandigheden die hij/zij kan tegenkomen bij de uitoefening van de functie.

Risico’s moeten waar mogelijk worden voorkomen en ontweken. Dat betekent onder meer dat er voldoende kennis vooraf moet zijn van de situaties waarin de AI-medewerker zich begeeft en, waar nodig, van het doel en het gebruik van persoonlijke beschermingmiddelen. In situaties met (dreigende) rampen wordt - zodra dat mogelijk is - contact opgenomen met de Crisismanager van de AI en volgens diens instructies gehandeld. De AI is nadrukkelijk géén hulpdienst (zoals brandweer, politie en ambulance) en dientengevolge niet uitgerust om in situaties van (dreigende) rampen handelend of hulpverlenend op te treden, anders dan als toezichthouder op- en adviseur van het bevoegde gezag. De AI hindert de politie, brandweer en hulpverleners niet tijdens de uitoefening van het hulpverlenende werk.

De AI heeft opvang (nazorg) georganiseerd voor medewerkers die, ondanks de voorzorgen, blootgesteld zijn aan een traumatische gebeurtenis.

Naar boven

8. Klachten over de handelswijze van de Arbeidsinspectie

Burgers kunnen bij de Arbeidsinspectie klachten indienen of aangifte doen van misstanden op het gebied van de arbeidsomstandigheden of andere wetten en regels op de terreinen waarop de AI toezicht houdt.

Wanneer een burger of bedrijf echter meent door (een medewerker van) de AI onterecht of onheus te zijn behandeld - dus in strijd met deze gedragscode en de algemeen gangbare fatsoensregels - dan kan ook daarover een klacht bij de dienstleiding van de Arbeidsinspectie worden ingediend.

Deze klacht zal worden behandeld conform de interne richtlijnen van het ministerie van SZW, die in overeenstemming zijn met de eisen van de Nationale Ombudsman (dit is de ‘autoriteit’, die toeziet op de fatsoenlijke behandeling van burgers en bedrijven door de overheid).

Naar boven

Lijst van relevante verwijzingen met betrekking tot de AI-gedragscode

In onderstaande lijst met documenten is volledige informatie te vinden over het vereiste gedrag van ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Arbeidsinspectie en de inspecteurs van de arbeid die als Buitengewoon OpsporingsAmbtenaar (BOA) zijn aangewezen:

*bron: www.overheid.nl

Naar boven